Dagcentrum - wie begeleiden wij

De doelgroep bestaat uit jongeren (6-18j) en hun gezin/context in een problematische opvoedingssituatie (POS) of jongeren die een als misdrijf omschreven feit (MOF) pleegden. We onderschrijven hierbij de verontrusting die in een aangemeld gezin aanwezig is er dat er sprake is van maatschappelijke noodzaak.

De problematieken die meestal gemeld worden en waarrond gewerkt wordt, zijn onder te brengen in twee categorieën:

  • Waar het samenleven moeilijkheden geeft omwille van opvoedingsproblemen met één of meerdere kinderen o.a. schoolverzuim, ongehoorzaamheid, niet aanvaarden van begrenzing, agressief gedrag, vluchtgedrag, specifieke gedragsstoornissen
  • Waar problemen binnen het gezin leiden tot opvoedingsmoeilijkheden, o.a. echtscheidingsperikelen, relatieproblemen bij de ouders, drank en drugsproblemen, financiële problemen, werkloosheid, familievetes, huisvestingsproblemen, chronische pathologische ziektebeelden van steunfiguren in het gezin…. Veelal gaat het over multiprobleemgezinnen.

Indicaties

  • de afstand tussen het dagcentrum, school en thuis moet overbrugbaar zijn, de jongere moet ten laatste tegen 17u. in het dagcentrum aanwezig zijn om een begeleidingsrelatie mogelijk te maken
  • de jongere is bereid om naar het dagcentrum te komen en om te werken aan zijn/haar problemen
  • de ouders zijn bereid tot wekelijkse begeleidingsgesprekken in eerste instantie, later 14-daags
  • er moet sprake zijn van een POS en/of MOF
  • de opvoedingsverantwoordelijkheid blijft bij de ouder(s)
  • er moet bereidheid zijn tot samenwerking tussen gezin en dagcentrum rond de problemen die het gezin ondervindt
  • de jongere moet school lopen of er moet een vooruitzicht zijn op dat vlak

Tegenindicaties

Onderstaande tegenindicaties hanteren we bij het niet opstarten of stoppen van een dagcentrumbegeleiding:

  • ernstige psychische stoornis, ernstige verslavingsproblematiek of zwaar onaangepast gedrag van de ouder(s)
  • de handicap van de jongere is de focus van de hulpvraag
  • een ernstig nadelig effect op de groep
  • als de jongere de veiligheid van andere groepsleden in gevaar brengt
  • beide ouders moeten geïnformeerd zijn en geen obstructie voeren
  • als er onvoldoende garanties zijn om te kunnen communiceren met het gezin (taal, gehoorproblemen,...)